Broeders van de Christelijke Scholen
District Noord-België


Home

Geschiedenis

Ons district

Missies

Nieuws

Contacten

Foto's

 

 

 

 

 

 

 

 

Jean-Baptiste de La Salle (1651-1719)

Stichter van de Broeders van de Christelijke Scholen

"Om aan de armen de Blijde Boodschap te verkondigen"

In het Hotel de la Cloche te Reims werd ten jare 1651 in het welstellende, invloedrijke gezin van Louis de La Salle en Nicole Moët een zoon geboren die bij het doopsel de naam Jean-Baptiste ontving. Hij was de eerste van elf kinderen.

Al vroeg bleek hij, door zijn ernstige en vrome levenswandel, voorbestemd voor een kerkelijke carrière. Op zijn 11de jaar kreeg hij de tonsuur als teken van zijn verlangen naar het priesterschap. Op zijn 16de werd hij kanunnik van de kathedraal te Reims. Aan de Sorbonne te Parijs begon hij in 1668 zijn studies tot voorbereiding van zijn priesterwijding. Door de plotselinge dood in 1971, eerst van zijn vader en dan van zijn moeder, moest hij zich, als oudste, belasten met de opvoeding van zijn broers en zusters, wat zijn priesterwijding enigszins op de achtergrond schoof, maar hem niet belette zijn studies verder te zetten. In 1678 werd hij dan toch priester gewijd en behaalde hij een doctoraat in de theologie. God leidde deze man naar een totale inzet van zichzelf voor de kansarmen van zijn tijd, de kinderen van armen en ambachtslui.

Achttien dagen na zijn priesterwijding, op 27 april 1678, stierf zijn vriend, priester Nicolas Roland, stichter van een congregatie van zusters voor onderwijs aan meisjes. De La Salle nam de zorg over voor deze stichting. Bij de zusters ontmoette hij Adrien Nyel, een schoolmeester, die naar Reims was gestuurd om daar armenscholen op te richten. De La Salle hielp hem bij de start en dacht dat hiermee zijn taak voltooid was. Maar, na de school op de Sint-Mauritius parochie volgden vlug een tweede en een derde. De La Salle merkte de onstandvastigheid van Adrien Nyel en het gebrek aan opleiding van de jonge meesters. Hij bracht hen samen in een huis, bekommerde zich om hun vorming. Na een paar jaar nam hij ze op in zijn eigen huis en werd geleidelijk aan geheel door het werk van de scholen in beslag genomen. Laat ons even luisteren naar wat hij zelf hierover schreef:
"Door allerlei omstandigheden (o.a. de ontmoeting met Nyel) begon ik de zorg voor de jongensscholen op mij te nemen. Voorheen dacht ik er helemaal niet aan. Toch had men mij erover gesproken. Heel wat vrienden van Roland trachtten mij te overhalen, maar het drong niet tot mij door en nooit vatte ik het plan op het uit te voeren. Meer nog, had ik mij gerealiseerd dat het liefdadigheidswerk voor de schoolmeesters waarmee ik begon, voor mij de plicht zou inhouden met hen te gaan samenwonen, dan had ik het laten varen." 


 


De grote verdienste van de La Salle is dus niet een stichting gepland te hebben. Hij heeft zich gewoon door dit werk (door God) laten grijpen en hij is zijn eerste engagement trouw gebleven. Zo verliet hij zijn familie om met de meesters te gaan samenleven en deed hij afstand van zijn kanonikaat om de onzekere levensvoorwaarden van zijn broeders te delen. Hij stichtte nieuwe scholen in de omgeving van Reims en Parijs. Tegenslagen bleven niet uit. Verscheidene medewerkers verlieten hem en zijn werk scheen in mekaar te storten. Samen met twee vertrouwelingen legde hij de heldhaftige gelofte af de stichting van de armenscholen in stand te houden, ook al zouden ze maar met zijn drieën overblijven en tot de bedelstaf gedwongen worden.

De La Salle bleef niet gespaard van moeilijkheden. Zijn hele leven was getekend door tegenwerking en laster. Naar het einde van zijn leven toe werd het zo erg, dat hij naar het zuiden vluchtte om zich in de buurt van Grenoble te vestigen, eerst in de Grande Chartreuse, nadien teruggetrokken in een kluis te Parménie. Het was alleen na lang aandringen van enkele verantwoordelijken onder de broeders, dat hij naar Parijs terugkeerde om opnieuw de leiding van het Instituut op te nemen. Omdat hij het uitdrukkelijk wenste, kozen de broeders op 18 mei 1717 één onder hen als opvolger om het Instituut te besturen. Om te verzekeren dat de stichting gericht bleef op haar doel: de opvoeding van de verwaarloosde jeugd, en dat ieder lid hiervoor helemaal beschikbaar was, zou niemand onder hen een kerkelijke wijding mogen ontvangen. De La Salle trok zich terug in het noviciaat van Saint-Yon (Rouen).
 
Drie dagen voor zijn dood kreeg hij, op lasterlijke aantijgingen, van zijn aartsbisschop verbod om biecht te horen.
Hij stierf op Goede Vrijdag
, 7 april 1719, met de woorden: "Ik aanbid in alles Gods leiding ten mijnen opzichte."


 

Kijk ook naar naar een engelstalige diashow over onze Stichter  http://www.dlsfootsteps.org

 

 

 

       Broeders van de Christelijke Scholen           Statiestraat 37a            1740 Ternat                       lasalle.nb@skynet.be